Ik hou van erwten. Echt. Bijna 9.000 jaar domesticatie in de Vruchtbare Sikkel, een eiwitisolaat van 80-90%, een koolstofvoetafdruk die veel lichter is dan die van soja, een plant die haar eigen stikstof bindt en de bodem rijker achterlaat dan ze hem aantrof. Voor een agronoom én voor een formulator is dat een zeldzaam geschenk.
En toch doen sinds enkele maanden twee geruchten de ronde in beursgangen en op sommige Britse LinkedIn-feeds. Het eerste: erwteneiwit zou binnenkort een E-nummer krijgen. Het tweede: het zou als gereglementeerd allergeen worden geklasseerd. Beide worden voorgesteld als nakend. Ik ben liever terug naar de bronnen gegaan.
Wat gedocumenteerd is
Op allergievlak staat erwt inderdaad in de kijker, en daar zijn echte redenen voor. De British Society for Allergy and Clinical Immunology (BSACI) heeft publiek gevraagd om erwteneiwit in het Verenigd Koninkrijk duidelijk op etiketten te benadrukken. De logica is helder: een isolaat van 85% is niet hetzelfde als een volledige doperwt. In geconcentreerde vorm kan het bij allergische consumenten sneller en ernstiger reacties uitlokken.
Het Allergy Vigilance Network registreerde tussen 2002 en 2023 ongeveer 413 gevallen van anafylaxie gelinkt aan opkomende allergenen, waaronder erwt, linze en boekweit, met twee gerapporteerde overlijdens. Dat zijn signalen die je niet licht mag behandelen.
Aan regelgevende kant erkent de Britse Food Standards Agency de bezorgdheid en werkt ze met BSACI rond verborgen en opkomende allergenen. Maar ze stelt ook expliciet dat ze op dit moment niet van plan is erwt toe te voegen aan de lijst van de 14 belangrijkste allergenen. Elke wijziging zou stevige data en een publieke consultatie vereisen. Het debat is open, niet beslecht.
Het gerucht over een E-nummer
Het gerucht dat erwteneiwit binnenkort een E-nummer zou krijgen, houdt slecht stand wanneer je de teksten leest. E-nummers worden toegekend aan additieven met een precieze technologische functie, zoals emulgeren, geleren of bewaren. Ze zijn niet bedoeld voor volledige functionele eiwitten als zodanig.
EFSA heeft in 2025 wel een geconcentreerde erwtenvezel, FIPEA, geëvalueerd voor gebruik als additief. Maar dat gaat over de vezel, niet over het eiwit. De verwarring tussen beide lijkt een deel van de ruis te voeden.
Wat ik bij het gefluister zou laten
In publieke bronnen vond ik geen enkele officiële publicatie die een nakend E-nummer voor erwteneiwit aankondigt, en ook geen Britse regelgevende kalender om erwt als belangrijk allergeen te klasseren. Het gerucht circuleert. De tekst volgt niet, voorlopig niet. En precies in die kloof wint of verliest onze sector zijn geloofwaardigheid.
Wat ik vandaag in R&D zou doen
Vanaf vandaag zou ik erwt behandelen als een operationeel allergeen: gescheiden lijnen, validatie van reiniging en gedocumenteerde traceerbaarheid. Wat BSACI vraagt, doen veel ernstige merken al.
Ik zou erwt ook duidelijk vermelden in de ingrediëntenlijst. Een eerlijke bevat erwt-vermelding voorkomt een fout die geen enkel persbericht achteraf herstelt.
Tot slot zou ik de publicaties van EFSA en FSA volgen, eerder dan angstgedreven LinkedIn-threads. Dat is soberder en trager. Maar daar zal de beslissing uiteindelijk vallen.
Bertrand Russell zei dat het beter is naar perfectie te mikken en die te missen dan naar imperfectie te mikken en die te raken. Ik zou eraan toevoegen: mik vooral op data, niet op geruchten. Erwt blijft een prachtige grondstof. Ze verdient beter dan horen zeggen, en allergische consumenten verdienen beter dan afwachten.
Geraadpleegde bronnen
- BSACI — Pea protein and food allergy labelling
- Food Standards Agency — allergen guidance for food businesses en parlementair antwoord van DHSC
- Allergy UK — Reactions to Pea Protein
- Allergy Vigilance Network — studie 2002-2023 over gevallen van anafylaxie
- EFSA Journal — Safety evaluation of pea fibre concentrate (FIPEA) as food additive, 2025